TIST (Trauma-Informed Stabilization Treatment)
Werken met innerlijke delen, veiligheid en het zenuwstelsel
Veel mensen merken dat zij in bepaalde situaties veel heftiger reageren dan zij eigenlijk zouden willen.
Misschien herken je dat je:
- snel boos wordt terwijl je dat eigenlijk niet wilt;
- dichtklapt tijdens een conflict;
- jezelf voortdurend aanpast aan anderen;
- overspoeld raakt door angst, verdriet of schaamte;
- jezelf terugtrekt terwijl je eigenlijk contact wilt;
- achteraf denkt: "Waarom reageerde ik eigenlijk zo?"
Vaak begrijpenmensen met hun verstand heel goed dat een situatie in het hier en nu veilig is, terwijl hun lichaam en emoties reageren alsof er gevaar dreigt.
TIST (Trauma-Informed Stabilization Treatment) is ontwikkeld door Janina Fisher en combineert inzichten uit de theorie van structurele dissociatie, de polyvagaaltheorie, Sensorimotor Psychotherapy van Pat Ogden en delenwerk (IFS-geïnspireerd).
Deze methode helpt mensen begrijpen waarom zij soms reageren vanuit oude overlevingsmechanismen en leert hen hoe zij opnieuw veiligheid, verbinding en regie kunnen ontwikkelen.
Fragmentatie: wanneer een kind moet overleven
Wanneer een kind opgroeit in een omgeving die onvoldoende veilig, voorspelbaar of ondersteunend is, kan het zenuwstelsel regelmatig overspoeld raken.
Een kind beschikt nog niet over voldoende mogelijkheden om heftige emoties zelfstandig te reguleren. Hiervoor is het afhankelijk van veilige volwassenen die helpen om emoties te begrijpen, te verdragen en te reguleren.
Wanneer deze veiligheid onvoldoende aanwezig is, moet het zenuwstelsel manieren vinden om te overleven.
Sommige ervaringen kunnen dan als het ware afgesplitst raken van het dagelijkse bewustzijn.
Dit noemen we fragmentatie of structurele dissociatie.
De afgesplitste delen blijven vaak vastzitten in de tijd waarop zij zijn ontstaan.
Hoewel je als volwassene weet dat een situatie veilig is, kunnen deze delen nog steeds reageren alsof het oude gevaar opnieuw aanwezig is.
Wat zijn innerlijke delen?
Janina Fisher beschrijft innerlijke delen als overlevingsdelen van het zenuwstelsel.
Deze delen zijn niet verkeerd, zwak of ziek.
Integendeel: ze zijn ooit ontstaan om je te beschermen.
Een deel dat boos wordt, probeert vaak te beschermen.
Een deel dat vlucht probeert gevaar te vermijden.
Een deel dat bevriest probeert overweldiging te voorkomen.
Een deel dat zich voortdurend aanpast probeert verbinding en veiligheid te behouden.
Het probleem ontstaat wanneer deze delen ook in het heden nog steeds reageren alsof dezelfde dreiging aanwezig is.
Mensen zeggen dan vaak:
"Ik weet dat ik zo niet hoef te reageren, maar het gebeurt gewoon."
Dat is vaak een teken dat een overlevingsdeel tijdelijk het stuur heeft overgenomen.
Het lichaam als ingang naar innerlijke delen
TIST is niet alleen gebaseerd op delenwerk, maar ook op Sensorimotor Psychotherapy van Pat Ogden.
Deze benadering gaat ervan uit dat traumatische ervaringen niet alleen worden opgeslagen in gedachten en herinneringen, maar ook in het lichaam.
Veel mensen merken dat spanning steeds terugkomt op dezelfde plekken in hun lichaam:
- een brok in de keel;
- spanning in de nek of schouders;
- verkramping in de kaken;
- een gespannen buik;
- onrust in de benen;
- druk rond het middenrif of de solar plexus;
- gevoelloosheid of verstarring.
Binnen TIST zien we deze lichamelijke signalen vaak als een ingang naar onderliggende delen.
Wanneer een deel geactiveerd raakt, reageert het lichaam vaak eerder dan het denken.
Door aandacht te leren geven aan deze lichamelijke signalen leren cliënten steeds beter herkennen welk deel actief is.
Het lichaam wordt daarmee een belangrijke ingang naar het onderbewuste.
Zo laat een vechtdeel zich vaak voelen in de armen, schouders, borstspieren of kaken. Een vluchtdeel wordt vaak merkbaar als spanning of onrust in de benen. Een bevriesdeel laat zich bij veel mensen voelen rond het middenrif of de solar plexus, als verstarring, machteloosheid, verkramping of het gevoel vast te zitten.
In de therapie leren cliënten contact maken met deze lichamelijke sensaties en de delen die daarachter schuilgaan.
Vaak helpt het om aandacht te richten op de plek waar spanning voelbaar is, daar een hand op te leggen en nieuwsgierig te onderzoeken welk deel daar aanwezig is, wat het probeert duidelijk te maken en wat het nodig heeft.
Zo ontstaat meer bewustzijn, meer zelfcompassie en meer mogelijkheden om spanning te reguleren voordat een deel volledig het stuur overneemt.
De overlevingsreacties van het zenuwstelsel
TIST is onder andere gebaseerd op de polyvagaaltheorie van Stephen Porges.
Volgens deze theorie beschikt ons zenuwstelsel over verschillende overlevingssystemen.
Social Engagement – Verbinding
Wanneer we ons veilig voelen, staan we open voor contact.
We kunnen dan:
- nadenken;
- leren;
- relativeren;
- problemen oplossen;
- emoties reguleren;
- verbinding maken met anderen.
Dit is de toestand waarin het volwassen zelf optimaal kan functioneren.
Het vechtdeel (Fight)
Wanneer het zenuwstelsel gevaar waarneemt kan een vechtdeel actief worden.
Dit kan zich uiten in:
- boosheid;
- irritatie;
- controle willen houden;
- grenzen verdedigen;
- confronteren;
- strijd aangaan.
Onder de boosheid zit vaak angst, verdriet of machteloosheid.
Het vluchtdeel (Flight)
Het vluchtdeel probeert gevaar te vermijden.
Dit kan zich uiten in:
- piekeren;
- perfectionisme;
- overwerken;
- voortdurend bezig zijn;
- moeilijk kunnen ontspannen;
- vermijden van emoties.
Het onderwerpende deel (Fawn)
Dit deel probeert veiligheid te creëren door zich aan te passen.
Kenmerken zijn:
- pleasen;
- conflicten vermijden;
- moeite met grenzen aangeven;
- voortdurend rekening houden met anderen;
- sterk letten op stemmingen en gezichtsuitdrukkingen van anderen.
Dit deel scant voortdurend de omgeving op signalen van afwijzing of onveiligheid.
Het bevriesdeel (Freeze)
Wanneer vechten of vluchten niet mogelijk is, kan het zenuwstelsel bevriezen.
Dit kan zich uiten in:
- blokkeren;
- verstarren;
- niet meer weten wat je moet zeggen;
- machteloosheid;
- het gevoel vast te zitten;
- moeilijk kunnen handelen.
Het instort- of uitschakeldeel (Flop)
Wanneer het zenuwstelsel volledig overweldigd raakt, kan het in een toestand van overgave terechtkomen.
Dit kan zich uiten in:
- leegte;
- gevoelloosheid;
- extreme vermoeidheid;
- dissociatie;
- hopeloosheid;
- het gevoel geen invloed meer te hebben.
Onvoltooide overlevingsreacties
Een belangrijk uitgangspunt van Sensorimotor Psychotherapy is dat veel traumatische reacties samenhangen met overlevingsreacties die nooit volledig konden worden afgemaakt.
Wanneer iemand wilde vluchten, zich wilde verdedigen, wegduwen, protesteren of zichzelf beschermen, maar dit niet mogelijk was, kan het zenuwstelsel blijven hangen in die onvoltooide reactie.
Het lichaam onthoudt dan niet alleen wat er gebeurd is, maar ook wat het had willen doen.
Dit kan zich later uiten in:
- chronische spanning;
- boosheid;
- machteloosheid;
- lichamelijke klachten;
- rusteloosheid;
- moeite met grenzen aangeven;
- het gevoel vast te zitten.
Binnen de therapie onderzoeken we daarom niet alleen gedachten en emoties, maar ook bewegingen die het lichaam ooit wilde maken.
Soms kan een duwbeweging, een afwerende beweging, een stevigere houding of het bewust ervaren van kracht helpen om een oude overlevingsreactie alsnog af te ronden.
Wanneer zo'n reactie voltooid kan worden, ervaart het zenuwstelsel vaak meer rust, veiligheid en ontspanning.
Het volwassen zelf
Naast deze beschermingsdelen beschikken we ook over een gezond volwassen deel.
Richard Schwartz noemt de kwaliteiten hiervan de Self-energie.
Wanneer we vanuit ons volwassen zelf functioneren zijn we beter in staat om:
- overzicht te houden;
- problemen op te lossen;
- nieuwsgierig te blijven;
- grenzen te stellen;
- compassie te voelen;
- emoties te reguleren;
- bewuste keuzes te maken.
Het volwassen zelf is niet alleen herkenbaar aan helder denken, maar ook aan het vermogen om aanwezig te blijven in het lichaam wanneer emoties en delen geactiveerd raken.
Versmelting en unblending
Soms zijn we zo sterk versmolten met een deel dat we niet meer merken dat het een deel is.
Een boos deel voelt dan alsof jij boos bent.
Een angstig deel voelt dan alsof jij angst bent.
Een pleaser voelt dan alsof jij alleen maar kunt aanpassen.
Dit noemen we versmelting.
Een belangrijk onderdeel van de behandeling is daarom unblending: het leren onderscheiden van jezelf en je delen.
Je leert ontdekken:
"Ik bén mijn delen niet. Ik héb delen."
Dat kleine verschil maakt vaak een groot verschil.
Het doel van de behandeling
Het doel van TIST is niet om delen weg te krijgen.
Alle delen zijn ooit ontstaan om je te beschermen.
In de therapie leren we begrijpen waarom deze delen bestaan, wat hun functie is en wat zij nodig hebben.
Vervolgens leer je vanuit je volwassen zelf steeds eerder herkennen wanneer een deel geactiveerd raakt.
In plaats van dat een deel automatisch het stuur overneemt, leer je dat deel met nieuwsgierigheid, begrip en compassie tegemoet te treden.
Je leert het geruststellen, veiligheid bieden en helpen reguleren.
Hierdoor ontstaat steeds meer integratie.
De delen hoeven niet langer alleen te overleven.
En jij hoeft niet langer geleefd te worden door oude overlevingsreacties.
Je volwassen zelf kan steeds vaker de leiding nemen.
Dat is uiteindelijk waar herstel over gaat: het herstellen van verbinding, veiligheid, keuzevrijheid en regie over je eigen leven.
